Dissertatie

“Lerende overheid, intelligent beleid” – De lessen van beleidsevaluatie en beleidsadvisering voor de structuurfondsen van de Europese Unie. Zo luidt de volledige titel van mijn proefschrift, waarop ik 13 maart 1997 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam promoveerde.

De centrale vraag was in hoeverre beleidsevaluatie en beleidsadvisering kunnen bijdragen aan het leervermogen van de overheid. Specifiek richtte de analyse zich op het werk van de Europese Rekenkamer. Het antwoord is verrassend én positief, al zijn er veel barrières die leren in de weg kunnen staan.

“Lerende overheid, intelligent beleid” (Phaedrus, 1997)

Voor velen bestaat de meerwaarde van beleidsevaluatie vooral uit rationele analyse. Het streven naar betrouwbare informatie en ‘ware kennis’  staat daarbij centraal. Anderen leggen de nadruk op het interactieve karakter van beleidsontwikkeling en -evaluatie als ‘argumentatief proces’. het gaat dan om gehoord worden, overtuigingskracht en de ‘sociale constructie’ van beleid.

In dit boek worden de verschillende bijdragen van beleidsevaluatie en beleidsadvisering vanuit een constructivistisch perspectief onderzocht. Aan de hand van een drietal ideaaltypische leermodellen wordt betoogd dat intelligent beleid zowel rationele analyse als argumentatie vergt. Het onderzoek werpt nieuw licht op de doorwerking van evaluaties en adviezen in documenten en beleid: na aanvankelijke weerstand zijn zowel conceptuele vernieuwingen en inhoudelijke aanpassingen duidelijk herkenbaar in nieuwe voorstellen.

U kunt een vintage exemplaar van het proefschrift aanvragen via petervanderknaap@hotmail.com

  • De waarde van ‘leren’ als bestuurskundig concept bestaat vooral uit de onvermijdelijkheid van een zeker geloof in vooruitgang.
  • Het onderbouwd en overtuigend leggen van claims op ‘objectieve feiten’ en ‘ware kennis’ versterkt de positie van beleidsevaluatie in een beleidsgerichte dialoog. Door beleidmakers tot reflectieve respons te dwingen levert een evaluator mogelijk een nuttige bijdrage aan het leervermogen van de overheid.
  • Hoewel het waar is, dat de waarheid niet bestaat, is de stelling dat er geen waarheid is, niet waar.
  • Het paradoxale aan de overheid is dat zij enerzijds onmisbare oplossingen biedt voor complexe maatschappelijke problemen maar dat haar gefragmenteerde aard tegelijkertijd leidt tot partiële definiëring van die problemen.
  • Beleidmakers leren eerder van, dan met evaluatoren en adviseurs.
  • Het proces van Europese integratie is te belangrijk om door de onvolkomenheden van de instellingen van de Europese Unie in gevaar te worden gebracht. Bij politici leidt dit inzicht helaas eerder tot onverschilligheid dan tot initiateven om deze onvolkomenheden te corrigeren.
  • Het principe van cofinanciering heeft ten gevolge dat een gulden uit Brussel in de praktijk minder waard is dan twee kwartjes.
  • Het benoemen van een bestuurlijk vraagstuk als ‘complex’ en ‘dynamisch’ heeft dezelfde nieuwswaarde als de opmerking dat gras groen is.
  • Het van achteren naar voren doorbladeren van een boek doet onrecht aan het oogmerk van de schrijver.
  • Het stoken van een houtkachel draagt bij aan de goede sfeer in een ouderlijk huis.
  • Het is doelmatiger om alleen verkeersinformatie te verstrekken over trajecten waar geen files zijn. 
  • De gewoonte om veel wat met de Europese Unie te taken heeft in Hoofdletters te schrijven, bevordert niet alleen De Onleesbaarheid, maar leidt ook tot de Vaste Overtuiging dat we hier met Winnie-the-Pooh te maken hebben.