Artikelen

Onderzoek en werk leidt regelmatig tot artikelen, over beleidsevaluatie, leren, toezicht, management, openbare financiën en veiligheid en soms ook als lid van de redactie van Evaluation of Bestuurskunde. Veel van die artikelen kunt u hier terugvinden:

Hoe kun je tijdens crises op een intelligente en verantwoorde manier omgaan met ‘de lange schaduw’ van zo’n crisis en van de genomen crisismaatregelen? Zodat je adequaat inspeelt op acute problemen, maar ook een lange termijn perspectief biedt en kansen benut voor doorbraken en innovatie bij toekomstige crises, zoals die van het klimaat?

Over dit actuele vraagstuk verscheen een speciaal themanummer van Bestuurskunde. Het inleidende artikel schreef ik met Wieke Pot, Jorren Scherpenisse en Paul ’t Hart. Volgens ons is een overheid met meer gevoel voor tijd nodig. In zo’n ’tijdsensitief bestuur’ gaat het aanpakken van de uitdagingen in-het-hier-en-nu van een accute crisis niet ten koste van de erkenning en mitigatie van moeilijk grijpbare maar ernstige bedreigingen op de lange termijn. Gemakkelijk is het niet: nodig zijn een brede blik, het agenderen én uitvoeren van interventies en uithoudingsvermogen.

“Het meest gehoorde argument in de politieke arena voor onafhankelijk onderzoek is dat ‘de slager zijn eigen vlees niet mag keuren’. Een goede tweede plaats is weggelegd voor ‘Wij van WC-eend…’. Op de derde plaats staat het klassieke ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’.  Het resultaat is in alle gevallen dat informatie niet vertrouwd wordt. Of, in termen van de politieke arena: de waarheid komt niet boven water waardoor verantwoordelijkheden worden ontlopen. Een sterke onafhankelijke positie van onderzoeksorganisaties en –commissies en professionele weerbaarheid van onderzoekers moeten deze risico’s ondervangen. Maar is het nu wel zo dat onafhankelijkheid altijd een panacee is? Sterker nog: bestáát echte onafhankelijkheid eigenlijk wel? Is het altijd wenselijk? Je kunt er genuanceerd naar kijken (…). Vertrekpunt daarbij is de opdracht die Wildavsky meegaf aan onderzoekers en evaluatoren: ‘Speaking truth to power’ (1979).”

“Inzichten uit de positieve psychologie vinden steeds meer ingang in managementliteratuur en – voorzichtig – de bestuurskunde. Beleidsevaluatie is ook een positieve functie: het is bedoeld om beleid te beoordelen en te verbeteren. Daarvoor is wel nodig dat de uitkomsten van evaluatieonderzoek worden benut: gebruikt wordt in debatten en nieuwe voorstellen door beleidsmakers en bestuurders. In evaluatieliteratuur geldt ‘het benuttingsvraagstuk’ echter als een klassieker. Dit artikel gaat in op wat er in het verleden gedaan is om de benutting van beleidsevaluatie te verbeteren en waarom dat zowel belangrijk als onvoldoende is. We stellen een op ‘succes’ gerichte, positieve benadering voor. Voorbeelden van methoden en recente initiatieven geven inzicht in wat er mogelijk is. De conclusie is dat een positieve insteek van beleidsevaluatie een belangrijke aanvulling is op het arsenaal van evaluatoren.”