Articles

Research and an ongoing scholarly fascination with evaluation regularly lead to articles, about policy evaluation, learning, supervision, management, public finances and road safety and other topics, mostly in Evaluation or Bestuurskunde. Many of those articles can be found here.

What Makes Diplomacy Successful? New Lessons from Evaluative Research on Effective Diplomatic Engagement

In recent years, IOB has conducted many evaluations that have addressed the country’s diplomatic engagement. These studies have yielded significant findings on what makes diplomatic engagement successful. The conclusion is that diplomatic success can be explained through a combination of seven factors: mission, capacity, commitment, teamwork, networking, timing and reputation.

Download the diplomacy article here

Theories of change and the evaluation of sustainable impact – Moving beyond simplicity in development cooperation

In this essay, theories of change are discussed against the rise of ‘sustainability’ as an important value in policy and evaluation. The essay revisits the strengths and limitations of theory-based evaluation against the need to do justice to complexity, and it makes the case for a new ‘system-based’ theory of change approach. Herein, a theory of change not only serves to express the rather straightforward relationship between ‘measure’ and ‘effect’ but also specifies the necessary system requirements for sustainable impact.

Positive evaluation and learning: Looking for ‘success’ in Netherlands road safety policy (2017)

Theory-based Evaluation and Learning: Possibilities and Challenges

Policy Evaluation and Learning: Feedback, Enlightenment or Argumentation? (1995)

All articles in “Evaluation – the International Journal of Theory and Practice”

Contemporary literature on policy evaluation challenges the ’traditional’, rational-objectivist model of policy evaluation. Instead, an argumentative- subjectivist approach is forwarded, conceiving of policy-making as an ongoing dialogue, in which both governmental and societal actors contest their views on policy issues by exchanging arguments. It is argued that, through constructive argumentation, policy actors, networks or advocacy coalitions may arrive at moral judgements on policy issues and, hopefully, at ‘better’ policies and ways of delivering those policies.

The paradigm shift from the rational-objectivist model to the argumentative-subjectivist approach has implications for the way policy evaluation is studied as a means of institutionalized policy-oriented learning; the searching process of improving and perfecting public policy and its underlying normative assumptions through the detection and correction of perceived imperfections. Policy-oriented learning can be studied from a cybernetic control, a cognitive development and a social-constructivist perspective. Within policy-oriented argumentation and negotiation—the discursive processes that constitute the roots of policy-oriented learning—there may (still) be a need for methodologically sound assessments of the cost-effectiveness or ‘quality’ of policy measures.

Accepting this premise, I advance an integrated learning strategy, in which the ’traditional’, rational-objectivist role of evaluating institutions may well serve to complement more argumentative-oriented perspectives.

Hoe kun je met beleid succesvol werken aan complexe maatschappelijke vraagstukken? Dat is de vraag die in het nieuwe themanummer van Bestuurskunde, ter ere van het aanstaande emeritaat van Geert Teisman, centraal staat. Deze ingrediënten zijn volgens het inleidende artikel onmisbaar:

1. Geef richting: behalve erkenning van de ingewikkeldheid van vraagstukken en verschillende perspectieven is het durven kiezen van een doel belangrijk. Hoe ziet de gewenste toekomst er uit, wat is de ‘stip op de horizon’ (bijvoorbeeld op het gebied van klimaat of huisvesting)? Welke waarden zijn leidend, welke kennis en keuzes zijn noodzakelijk en welke inzet is (dus) wenselijk? 

2. Organiseer samenwerking: om met De Dijk te spreken – alleen kan het niet. Ruimte voor goed overleg tussen betrokken partijen is noodzakelijk. Het helpt als die ruimte vanuit de belangen, rollen en bevoegdheden van eenieder zo duidelijk mogelijk wordt vormgegeven. Naast richting helpt het afbakenen van onderlinge verschillen om spanningen, die onlosmakelijk met complexe vraagstukken verbonden zijn, hanteerbaar te houden.

3. Werk aan de relatie: partijen zijn door formele doelstellingen, regels en geld aan elkaar gekoppeld (of tot elkaar veroordeeld). Bepalend voor succes is echter de sociale en emotionele dynamiek tussen partijen: samenwerken aan complexe vraagstukken vergt zorgvuldige afstemming, bijna zoals dansers die elkaar goed aanvoelen, en dat kan niet zonder een goede relatie. 

4. Maak verschillende rationaliteiten bespreekbaar: achter publiekelijke belangen en standpunten gaan vaak impliciete waarden, ideeën en beelden schuil (niet in de laatste plaats over de rol die de overheid moet spelen ten opzichte van markt en samenleving). Door vanuit nieuwsgierigheid en openheid hierover te spreken kan gewerkt worden aan wederzijds begrip en vertrouwen. 

Het creëren van de omstandigheden waarbinnen verschillende partijen met elkaar aan een gedeelde toekomst kunnen werken, zonder te vervallen in irreële verwachtingen of onderlinge verwijten over motieven – daarin lijkt het geheim van de smid te schuilen. Waarbij ik persoonlijk aanteken dat gewaakt moet worden voor onnodige gecompliceerdheid: situaties waarin het openbaar bestuur of beleid onnodig ingewikkeld worden gemaakt. Soms door onbekwame pogingen (maatwerk willen leveren in zorg of met toeslagen, te ingewikkelde IT-systemen), soms door te blijven voortmodderen (snorfietsen) en soms ook – vermoed ik – door het willen vermijden van verantwoordelijkheid (decentralisatie jeugdzorg).

Het – open acces! – themanummer is samengesteld door Hans Joosse, Jitske van Popering-Verkerk en ondergetekende. Het bevat onder meer een boeiend afscheidsinterview met Geert Teisman zelf en bijdragen van Martijn van der Spek, Beitske Boonstra, Robert van Putten, Mike Duijn en Vivian Visser. 

Binnenkort viert ontwikkelingssamenwerking – of, anno 2022 beter gezegd: internationale samenwerking – haar vijftiende lustrum (samenwerking is, misschien niet verrassend, vrouwelijk). Als het gaat om beleidsevaluatie en effectiviteit is er veel te zeggen over dit bijzondere beleidsterrein (bijzonder, want het budget is leidend voor de uitgaven). Een overzichtsartikel.

Hoe kun je tijdens crises op een intelligente en verantwoorde manier omgaan met ‘de lange schaduw’ van zo’n crisis en van de genomen crisismaatregelen? Zodat je adequaat inspeelt op acute problemen, maar ook een lange termijn perspectief biedt en kansen benut voor doorbraken en innovatie bij toekomstige crises, zoals die van het klimaat?

Over dit actuele vraagstuk verscheen een speciaal themanummer van Bestuurskunde. Het inleidende artikel schreef ik met Wieke Pot, Jorren Scherpenisse en Paul ’t Hart. Volgens ons is een overheid met meer gevoel voor tijd nodig. In zo’n ’tijdsensitief bestuur’ gaat het aanpakken van de uitdagingen in-het-hier-en-nu van een accute crisis niet ten koste van de erkenning en mitigatie van moeilijk grijpbare maar ernstige bedreigingen op de lange termijn. Gemakkelijk is het niet: nodig zijn een brede blik, het agenderen én uitvoeren van interventies en uithoudingsvermogen.

“Het meest gehoorde argument in de politieke arena voor onafhankelijk onderzoek is dat ‘de slager zijn eigen vlees niet mag keuren’. Een goede tweede plaats is weggelegd voor ‘Wij van WC-eend…’. Op de derde plaats staat het klassieke ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’.  Het resultaat is in alle gevallen dat informatie niet vertrouwd wordt. Of, in termen van de politieke arena: de waarheid komt niet boven water waardoor verantwoordelijkheden worden ontlopen. Een sterke onafhankelijke positie van onderzoeksorganisaties en –commissies en professionele weerbaarheid van onderzoekers moeten deze risico’s ondervangen. Maar is het nu wel zo dat onafhankelijkheid altijd een panacee is? Sterker nog: bestáát echte onafhankelijkheid eigenlijk wel? Is het altijd wenselijk? Je kunt er genuanceerd naar kijken (…). Vertrekpunt daarbij is de opdracht die Wildavsky meegaf aan onderzoekers en evaluatoren: ‘Speaking truth to power’ (1979).”

“Inzichten uit de positieve psychologie vinden steeds meer ingang in managementliteratuur en – voorzichtig – de bestuurskunde. Beleidsevaluatie is ook een positieve functie: het is bedoeld om beleid te beoordelen en te verbeteren. Daarvoor is wel nodig dat de uitkomsten van evaluatieonderzoek worden benut: gebruikt wordt in debatten en nieuwe voorstellen door beleidsmakers en bestuurders. In evaluatieliteratuur geldt ‘het benuttingsvraagstuk’ echter als een klassieker. Dit artikel gaat in op wat er in het verleden gedaan is om de benutting van beleidsevaluatie te verbeteren en waarom dat zowel belangrijk als onvoldoende is. We stellen een op ‘succes’ gerichte, positieve benadering voor. Voorbeelden van methoden en recente initiatieven geven inzicht in wat er mogelijk is. De conclusie is dat een positieve insteek van beleidsevaluatie een belangrijke aanvulling is op het arsenaal van evaluatoren.”